De ledezetters van Jisp

DOOR J. SCHUITEMAKER Czn.

Uit "Stad Amsterdam" van vrijdag 25 mei 1928

In Claas Bruins Noordhollandsche Arkadia wordt van Jisp gezegd, dat dit dorp gelegen is tusschen Wormer aan de eene zijde en Nek, Beemster, Wormer en Starnmeer aan de andere.
Mr. Ploegh
Mr. Corn. Jacobsz Ploegh
In 1434 kreeg het 'n eigen kerk, die aan het bisdom van Utrecht behoorde. Toen deze kerk 100 jaar had bestaan, is zij door brand verwoest, maar werd schooner dan voorheen herbouwd. Deze nieuwe kerk, die zeer prachtig en rijk moet zijn geweest, is tijdens den Beeldenstorm, in 1566, vernield. De "Dorp- en Stadbeschrijver" van Ollefen vermeldt, dat er in 1796 nog enkele fraai beschilderde glazen in waren; o.a. n waarop verscheidene verrichtingen der Heelkunst, overheerlijk zijn afgebeeld." Daaronder stond:
"Gods woord geneest de ziel,
De mensch de kreuple len,
Van beiden komt de eer
Des Hemels God alleen.
Mr. Cornelie Jacobs Ploegh
Ledezetter
En, Clariena Willemsz,
Zijne Huisvrouw
1668."
de steenen kamer te Jisp
De z.g. Steenen kamer te Jisp
Tegen een der dwarsbalken van 't gewelf is mede de gedachtenis van dezen geneesheer vereeuwigd door z'n naam met bijvoeging van "Ledezetter," terwijl er aan beide zijden 'n faam is geteekend, blazende op een bazuin. Claas Bruin vermeldt:
"Dat 's Jisp. Daar heeft weleer een man gewoont,
Die een beroemd wondheeler plag te wezen,
ja, die elk uit een zalfpot kon geneezen,
Een meester, die met koninklijk gezag,
De lijdende beheerschte elken dag."
Uit de vermelding, dat uit n zalfpot elk kon worden genezen, zouden we den indruk krijgen, dat Mr. Ploegh 'n soort van wonderdokter moet zijn geweest. Jacob Honig Jsz. Jr. vertelt ons echter (in z'n Geschiedenis der Zaanlanden", uitgegeven in 1849), dat de merkwaardige man 'n Europeesche vermaardheid had in het terecht brengen van verstuikte of gebroken ledematen en dat hij in die kunst zoo ver was gevorderd "als mogelijk weinige vr of na hem geweest zijn." Er bestaat van dezen beroemden geneesheer (gewoonlijk Mr. Knelis genoemd) 'n fraaie afbeelding, waarvan 'n reproductie voorkomt in bovengenoemd boek. Onder het portret staat:
"Dit 's beelt van Meester Ploegh ons Kennemerlantsche wonder,
Die kreupelen doet gaan, gebroken leden heelt.
't Verminkte weer herstelt; een wijs en trou verwonder,
Van 's Hemels gunst en macht (terecht in hem verbeelt)
Dies sal sija lof en kunst steeds door de wereld klinken,
Tot dat wij alle sijn daar Israel niet zal hinken."

Opgeofferd1) aan D.H. Kornelis v.d. Ploegh, Aet. 582) Burgemeester etc. tot Jisp, door sijn G.V.A. Matal de oude.3)
In 1822 is de oude kerk gesloopt. Er is 'n andere voor in de plaats gekomen, slechts half zoo groot als de vorige (Jisp, dat in den bloeitijd onder de Republiek z'n hoogtepunt had bereikt, was later zeer achteruitgegaan). De fraaiste grafzerken werden in de nieuwe kerk overgebracht, maar andere werden buiten 't gebouw neergelegd. Onder deze behooren de twee merkwaardigste van alle. Op n, van gewone grootte, is gegrift:
Thaemszoon de Leedsetter, starf in het jaer ons Heeren 1606, den 29 Maert.
De tweede, tweemaal zoo lang en tweemaal zoo breed, heeft tot inschrift:
Hier ligt begraven Mr. Willem Taernszoon, Leedsetter, sterf de 11 February 1613. - Nogh Mr. Jacob Cornelisz. Ploegh. Leedsetter ende Mary Jansdochter, zijne huysvrouw. Hij sterf den 24 February 1644. Zij sterf den 8 January 1660. - Nogh Mr. Jacob Ploegh, de soon van Mr. Jacob Cornelisz. Ploegh. sterf 1692 den 12 May out 35 jaar - Nogh rust hieronder dien wijdvermaerden en seer beroemden Burgemeester Cornelis Jacobsz. Ploegh, Leedsetter, sterf den 14 Mei 1696 oud 72 jaren, nogh Klaasje Willems, sijne huysvrouw, sterf den 20 July 1704 oud 78 jaren. Maritje Cornelis Ploegh obyt 30 November 1720 out 59 jaren4).
Het geheel is door dezelfde hand gebeiteld en, te oordeelen naar den vorm der letters, uit de 18e eeuw. Het vermoeden ligt dus voor de hand (zegt de auteur), dat iemand deze opschriften uit vriendschap of eenige andere oorzaak, op de grafzerk heeft doen plaatsen.
Stadhuis te Jisp
Een gedeelte van den fraaien gevel van het Stadhuis te Jisp
Thaemszoon, "de Leedsetter", die in 1606 stierf, moet dus de stamvader zijn geweest en Willem Taemszoon, die werd bijgenaamd "de ijzeren duim", z'n opvolger. Deze was z vermaard, ver buiten de grenzen van ons land, dat 'n beeldhouwer uit Jisp, toen hij te Rome aan z'n biechtvader vertelde, waar hij vandaan kwam, de vraag te hooren kreeg: hoe 't met den ijzeren duim ging. Van dezen wijdvermaarden geneesmeester wordt door Soeteboom in z'n "Zaansch Arkadia" gezegd: "Hij heeft er veel ellendig gehandeld en heyisaam genesen." Het was wonder, wat de man niet uitwrocht en de luiden leden zijne handeling, vertrouwende genezen te worden. Het "ellendig handelen" met de patienten slaat natuurlijk op de pijnen, die ze moesten uitstaan onder de bewerking, waarbij "de luyden kreeten en kermden," terwijl de dokter "sonder barmhertigheyt" scheen te zijn. Vader Cats geeft in z'n Trouringh 'n gedicht, dat tot titel heeft: "Openbaer gebrek heimelijk genesen" waarin de genezing van 'n kreupele wordt beschreven.
"Jefron'n huijsgesel die ging met rype sinnen
En naer een lang beraed de soete Rachel minnen."
Maar toen hij de vrijster z'n liefde verklaarde, werd hem geantwoord:
"Word ik mijn leven oyt tot iemands echte wijf,
Ik wil een fris, een gaaf, een rap en wakker lijf.
En wie dat niet en heeft, hij zij dan wie hij mag,
Die wensch ik nu ter tijd voor eeuwig goedendag."
De afgewezen vrijer is eerst zeer neerslachtig. Maar hij bedenkt weldra:
"Te Gips is nu ter tijd een wonder handig man,
Die ook het slimste been te rechte brengen kan."
Hij gaat op reis naar Jisp om aan den beroemden ijzeren duim te vragen, z'n kreupele been te genezen. De dokter vraagt hem, of hij niet bang is voor de pijn, die hij zal moeten uitstaan. Naar hij antwoordt:
"Doet naer den eysch, En acht dit gantsche lijf niet meer als paerdevleys!"
N.H. kerk
Interieur der kerk van Jisp
De liefde geeft den jongeling de kracht, om de gruwelijkste pijnen te doorstaan en 't loon voor z'n volharding is, dat hij met twee rechte, even lange beenen weer naar huis kan gaan.
"Hij gaet de soete moegt met vrolijk veesen groeten"
En: "kreeg dien eygendag van haar een gunstig woord."
Mr. Willem Taemsz. liet geen zoons na, maar zijn dochters zoon Mr. Jacob Ploegh volgde hem op, zoodat het "leedsetten" toch in de familie bleef. Deze had z'n zoon Cornelis tot opvolger, die 52 jaar lang "reele wonderen in de heelkunde heeft uitgevoert." Mr. Knelis is de beroemdste geweest van allen. Zoo veel patinten kwamen dagelijks naar Jisp, om hulp te zoeken, dat 'n aantal herbergen werd bijgebouwd om hun voor 'n tijdlang tot verblijf te dienen5). De zoon van Mr. Cornelis stierf vr den dood van z'n vader en de beroemdste der "leedsetters" was tevens de laatste. Het was voor Jisp 'n groot verlies.


Noten:
1) Opgedragen.
2) Leeftijd 58.
3) A. Matal de oude was burgemeester.
4) J. Honig Jzn. jr. vermeldt in zijn vorenvermeld boek, dat door de zorg van den heer Wildschut, Burgemeester te Jisp, beide grafsteenen weer van het kerkhof zijn overgebracht naar de kerk (in 1866).
5) In 1792 waren er De Fuik, De Wijnrank, De Groene Bogaerd, de Prins en de Malegijs. In 1796 alleen nog de twee eerstgenoemde.